FAQ
Baby's
+ Kan mijn te vroeg geboren kind naar de crèche? Hij is vaak verkouden, maar ik moet gaan werken.Antwoord:
Jonge kinderen zijn vatbaarder voor infecties dan volwassenen. Kinderen die te vroeg geboren zijn, en met name kinderen die ernstige en langdurige ademhalingsproblemen hebben doorgemaakt, zijn nog vatbaarder. Een kwetsbaar kind zal daardoor sneller dan andere kinderen worden geïnfecteerd. Kinderen die ziek zijn, eten en drinken vaak slecht waardoor ze slecht groeien. Zeker in het eerste jaar is het van belang dat kinderen de kans krijgen om goed te groeien en hun weerstand op te bouwen. Het is daarom in dit geval beter om een andere oplossing (bijv gastgezin of oppas thuis) te zoeken.
Hemangiomen – in de volksmond: aardbeivlekken - komen voor bij 10 % van de kinderen, en tweemaal zo vaak bij meisjes in vergelijking met jongens (en dan hebben we het niet per se over prematuren). Ze ontstaan in clusters van bloedvatvormende cellen die geen verbinding hebben gevormd met de bloedvaten die deel uitmaken van de bloedsomloop.
Ze kunnen oppervlakkig op de huid liggen maar ook onder de huid en soms zie je ook kinderen die allebei hebben.
90% van deze hemangiomen worden gedurende de neonatale periode zichtbaar, heel zelden zie je ze al bij de geboorte. Ze nemen de eerste 3 tot 9 maanden in grootte toe en worden tussen de 2 en 5 cm groot in doorsnee. Daarna verdwijnen zij geleidelijk en meestal totaal. Dat geloven ouders soms niet maar het is echt waar !!!
Die 2 tot 5 cm is gemiddeld, ze kunnen ook heel groot worden. In een groot hemagioom kan een bloeding optreden (waardoor er een tekort kan ontstaan aan bloedplaatjes of er kan een infectie optreden). Grote hemangiomen of hemangiomen die op plaatsen zitten waardoor ze steeds gaan bloeden (bijvoorbeeld bij de mond) of die gevaar voor andere organen opleveren (bijvoorbeeld bij een oog) kunnen behandeld worden met medicijnen, laser behandeling, chirurgie of radiotherapie, maar als er geen complicaties zijn is het het beste om spontane afname af te wachten tot ze verdwenen zijn.
Het meten van de schedelomvang is belangrijk, de arts controleert of de schedel niet te snel (of juist te langzaam) groeit.
Als de schedel snel in omvang toeneemt en de fontanel nog open is kan met behulp van een echo van de hersenen gekeken worden of de hersenkamers te wijd zijn en/of steeds wijder worden. Het kan ook zijn dat de schedel te snel groeit doordat er buiten de hersenen te veel vocht aanwezig is. Dit is ook op de echo te zien.
Prematuren die een hersenbloeding hebben gehad hebben meer kans op het ontwikkelen van een waterhoofd: het kan zijn dat bijvoorbeeld bloedstolsels in de hersenkamers de afvoer van de liquor (hersenvloeistof) belemmeren. Meestal wordt deze vorm van hersenkamerverwijding (Hydrocephalus) al ontdekt tijdens de eerste opname in het ziekenhuis omdat bij prematuren (meestal < 32 weken) meerdere echo's op geregelde tijden worden gemaakt.
Als geconstateerd wordt dat de schedelomvang te groot wordt, moet het kind verwezen worden naar de kinderarts of neonatoloog.
Antwoord:
In het algemeen is één keer in de drie dagen ontlasting normaal, vaker kan natuurlijk ook. Wanneer wordt overgegaan op flesvoeding of andere voeding kan de frequentie omlaag gaan, ouders denken dan vaak onterecht dat het kind last heeft van obstipatie.
Als het kind er echt last van heeft, en ze zich niet een keer per drie dagen ontlast, kan er lactulose-stroop worden gegeven (oplossing 667 mg/ml). Probeer het eerst met één keer per dag 3 ml, het mag worden opgehoogd tot 5 ml, één keer per dag. Als er meer nodig is, is het raadzaam even advies te vragen van een arts. Je kunt het ook proberen met laxerende voeding, zoals Nutrilon Omneo of Frisio Comfort, dit kan door de consultatiebureau-arts of de huisarts worden voorgeschreven. Als dat na een week geen succes heeft, is het verstandig toch even naar de arts te gaan, er kan ook iets anders aan de hand zijn. Bijvoorbeeld kan het zijn dat de anus door het temperaturen met de koortsthermometer is beschadigd. Dit is zeldzaam, maar komt wel voor.
Als het kind er echt last van heeft, en ze zich niet een keer per drie dagen ontlast, kan er lactulose-stroop worden gegeven (oplossing 667 mg/ml). Probeer het eerst met één keer per dag 3 ml, het mag worden opgehoogd tot 5 ml, één keer per dag. Als er meer nodig is, is het raadzaam even advies te vragen van een arts. Je kunt het ook proberen met laxerende voeding, zoals Nutrilon Omneo of Frisio Comfort, dit kan door de consultatiebureau-arts of de huisarts worden voorgeschreven. Als dat na een week geen succes heeft, is het verstandig toch even naar de arts te gaan, er kan ook iets anders aan de hand zijn. Bijvoorbeeld kan het zijn dat de anus door het temperaturen met de koortsthermometer is beschadigd. Dit is zeldzaam, maar komt wel voor.
Het hebben van een afgeplat hoofd heet met een duur woord: plagiocephalie (afgeplat, asymmetrisch hoofd t.g.v. eenzijdige ligging). Het komt geregeld voor bij premature pasgeborenen, maar je ziet het tegenwoordig ook vaak omdat geadviseeerd wordt kinderen op hun rug te laten slapen om wiegendood te voorkomen. Doordat de kinderen nu veel meer op de rug liggen wordt door de zwaartekracht het hoofd wat afgeplat meestal wat scheef omdat geen enkel kind precies midden op het hoofd ligt. Ruim 8% van alle zuigelingen onder zes maanden heeft nog een voorkeurshouding en dat komt bij couveusekinderen veel meer voor, omdat deze relatief langer (ook de weken dat ze te vroeg geboren zijn) bloot gesteld worden aan de zwaartekracht. Slechts een klein deel van deze kinderen (ongeveer 20-25 %) herstelt niet spontaan en wordt doorverwezen voor kinderfysiotherapie. De fysiotherapeut kan adviezen geven ten aanzien van houding en beweging waarbij het kan herstellen. De adviezen zijn erop gericht het kind te stimuleren om minder op de rug te liggen als het niet slaapt: dus als remedie tegen wiegendood is rugligging het beste maar als het kind wakker is en in de huiskamer in de box ligt kan afgewisseld worden met zijligging, en buikligging. Dit is overigens sowieso goed voor de ontwikkeling. Verder is het goed het bedje zo neer te zetten dat het kindje vanuit het bedje uit de voorkeurshouding gehaald wordt om naar moeder te kijken als die binnen komt. Een kinderfysiotherapeut kan hierbij van nut zijn om de instructies praktisch aan de ouders te laten zien.
De platheid van het hoofd neemt af als het kind zelf gaat rollen, zitten staan en lopen: de invloed van de zwaartekracht neemt dan drastisch af en dit verbetert de hoofdvorm.
Bij een deel van de kinderen werken de adviezen niet of onvoldoende. In dat geval kan "helmredressietherapie" nodig zijn. Uiteindelijk is er nog de agressieve wijze van behandeling: chirurgische correctie, maar dit is zeer zelden nodig.
Geen zorgen dus: blijvende scheve hoofden zijn zeldzaam en zijn vaak het gevolg van aandoeningen waarbij de schedelnaden te vroeg sluiten (dan chirurgie), of er sprake is van ernstige handicaps waardoor het kind niet goed kan bewegen of zeldzaam dus als het niet corrigeert (dan vaak helmredressietherapie).
Bij dit kindje op deze leeftijd is het dus "normaal". En bij een goede instructie zal zij er letterlijk overheen groeien.
We hebben er geen wetenschappelijke verklaring voor kunnen vinden. Maar met name verpleegkundigen geven aan het wél te kennen. Het verschijnsel wordt ‘prematuren-kreunen’ genoemd.
In tegenstelling tot op tijd geboren kinderen hebben prematuren - en ook ex-prematuren, dus na thuiskomst - de neiging om te kreunen in plaats van te huilen als ze niet lekker in hun vel zitten. Vaak zit er dan een poepje dwars dat ze er niet uitgedrukt krijgen, of de luier zit niet goed, ze zijn moe, hebben het te koud of te warm, honger, behoefte aan contact, het kan van alles zijn. Waarom ze kreunen in plaats van huilen is niet duidelijk, er wordt wel eens gedacht dat ze de energie niet hebben maar als een kind thuis is zou dat toch niet het geval mogen zijn.
Maar: het kan natuurlijk ook duiden op iets anders of iets ernstigs. Dat kunnen wij van hieruit natuurlijk niet beoordelen! U kunt waarschijnlijk zelf het beste beoordelen of het kreunen alarmerend is, in dat geval moet u natuurlijk wel contact opnemen met de (kinder)arts!
Meerlingen
+ Waarom kan de geboorte van de tweede van een tweeling niet vaker worden uitgesteld?Als de bevalling op gang komt in een periode dat de kinderen niet of nauwelijks levensvatbaar zijn, is een poging tot uitstel van de geboorte van de tweede soms de moeite waard.
Daarbij speelt de oorzaak een belangrijke rol, en het lastige daarbij is dat de oorzaak niet altijd bekend is. Bij pre-eclampsie of HELLP-syndroom, is uitstel natuurlijk niet mogelijk, zo ook bij een infectie.
Het is nog niet helemaal duidelijk wat extra oorzaken zijn van een vroege bevalling bij een meerlingzwangerschap, maar mogelijk speelt ook een rol dat de baarmoedermond korter wordt en een beetje open gaat door het snelle uitrekken van de wand van de baarmoeder. Daardoor ontstaan weeën en als die niet te remmen zijn volgt de geboorte van het eerste kind. Hier is de meerlingzwangerschap zelf de oorzaak van de vroege bevalling en dan wordt wel eens een poging ondernomen de tweede geboorte uit te stellen, uiteraard afhankelijk van de conditie van het kind zelf. Want zelfs een kort uitstel van enkele dagen kan voor een kind grote winst zijn: mogelijk kan er worden behandeld met corticosteroïden waardoor de longrijping wordt bevorderd.
Er zijn nogal wat haken en ogen aan het uitstellen: de bevalling komt vaak geheel onverwachts en verloopt snel, zodat er nauwelijks tijd is om de weeën na de geboorte van de eerste te remmen. Als de bevalling plaatsvindt in een centrum met neonatale intensive care, is de kans op succes groter, maar er is lang niet altijd tijd om een moeder die aan het bevallen is van een zeer premature meerling, over te plaatsen. Maar soms, heel soms, worden er spectaculaire successen bereikt.
Medisch
+ Mijn kindje is nog maar net thuis, weegt nog geen twee kilo en ik denk dat ze koorts heeft. Mag ze paracetamol?Bij een ex-prematuur van net twee kilo, die nog maar net thuis is zou ik willen benadrukken dat zelfmedicatie en zelfdokteren niet de juiste weg is, je moet dan echt overleggen met de kinderarts of neonatoloog. Dat kan telefonisch of indien nodig met een consult. Bij een verkoudheid mag je wel zelf met fysiologisch zout neusdruppels beginnen.
Allereerst nog een waarschuwing: neem niet te vaak rectaal de temperatuur op van een zo klein kindje, dat is handeling waarbij je makkelijk iets kunt beschadigen…
In het algemeen spreken we van een verhoogde temperatuur, dus koorts, bij een temperatuur van meer van 38 graden rectaal gemeten maar... bij een zo klein kindje kan dat anders liggen.
Allereerst moet erop gelet worden dat kinderen niet een te hoge temperatuur hebben omdat zij te warm worden ingepakt, een kruik hebben en ook nog in een goed verwarmde kamer verblijven.
Een kind dat oververhit is, blijft in het algemeen actief, heeft een roze huid en warme handen en voeten terwijl een kind met een hoge temperatuur door koorts of ziekte, vaak ziek bleek ziet, minder of niet actief is, en heeft koude handen en voeten.
Overigens is het soms zo dat zulke jonge kinderen geen koorts hebben maar juist een ondertemperatuur en dan kunnen ze toch heel ziek zijn. Al met al gecompliceerd genoeg om zeker even een arts te raadplegen!
Jonge kinderen zijn vatbaarder voor infecties dan volwassenen. Kinderen die te vroeg geboren zijn, en met name kinderen die ernstige en langdurige ademhalingsproblemen hebben doorgemaakt, zijn nog vatbaarder. Een kwetsbaar kind zal daardoor sneller dan andere kinderen worden geïnfecteerd. Kinderen die ziek zijn, eten en drinken vaak slecht waardoor ze slecht groeien. Zeker in het eerste jaar is het van belang dat kinderen de kans krijgen om goed te groeien en hun weerstand op te bouwen. Het is daarom in dit geval beter om een andere oplossing (bijv gastgezin of oppas thuis) te zoeken.
+ Ons zoontje is drie maanden te vroeg geboren. Hij is nu acht maanden en heeft al drie keer een pseudokroep-aanval gehad. Komt dat vaker voor bij prematuren?
Pseudokroep is een veel voorkomende aandoening bij kinderen, omdat de luchtpijp op de leefijd vanaf de geboorte tot een jaar of 5-6 nog erg nauw is. Het is een ontsteking van het slijmvlies van de luchtpijp onder de stembanden. Heeft een kind eenmaal een keer pseudokroep gehad, dan komt het vaak nog eens terug bij een nieuwe verkoudheid.
Er is niets wetenschappelijk bekend over pseudokroep bij ex-prematuren, maar je kunt je voorstellen dat de luchtpijp van te vroeg geboren kinderen nauwer is dan bij op tijd geborenen en dat ze de aandoening dus met verhoogd e kans zullen krijgen.
Belangrijk is te weten of het kind geïntubeerd is geweest en beademd. Want een intubatie kan als gevolg hebben dat er een vernauwing (stenose) in de luchtpijp is ontstaan, zodat de luchtpijp al nauw is en bijna helemaal dicht dreigt te gaan bij ontsteking. Daarom is het in dat geval zeker geïndiceerd om een kinder-KNO arts te raadplegen, waar de familie dus al naar toe is verwezen. Die kan kijken of het om zo’n vernauwing gaat, of dat het om een 'gewone' pseudokroep.
Niet zo veel, ben ik bang.
Dit komt uit het Nederlandse standaardwerk op dit gebied het boek Gebitspathologie van dr. A.H.B. Schuurs.
“… In de groep van oorzaken neemt te vroege geboorte of wat vaak vrijwel op hetzelfde neerkomt, een laag geboortegewicht een belangrijke plaats in als oorzaak van structuurafwijkingen van het glazuur. Maar misschien veroorzaakten de met prematuriteit gepaard gaande geelzucht, ischemie (bloedleegte door belemmering in de aanvoer), zuurstoftekort of hypocalcëmie (dit is: abnormaal laag calciumgehalte in het bloed) de glazuurstoornissen. Het is daarom niet verwonderlijk dat de relatie tussen prematuriteit , hypocalciëmie en hypoplasie niet significant bleek. De genoemde afwijkingen kunnen ieder op zich de gebitsontwikkeling beïnvloeden. Echter, mineraaltekort lijkt hun gemeenschappelijke noemer.
… Bij prematuriteit is tot de achttiende levensmaand doorbraakvertraging geconstateerd bij kinderen met een zeer laag geboortegewicht. Na die leeftijd trad een inhaaleffect op.
… Een zeer laag geboortegewicht gaat gepaard met een vertraagde maturatie van 3 maanden. Op 9-jarige leeftijd is deze achterstand ingehaald.”
(Dit laatste betekent dat de tanden bij doorbraak misschien iets poreuzer zijn, maar dat is klinisch niet zo relevant)
Al met al lijkt er weinig aanleiding te zijn om van prematuriteit op zich een nadelig effect op het gebit te verwachten.
Voeding
+ Mijn kind is nu vijf maanden, maar drie maanden te vroeg geboren. Borstvoeding is niet gelukt, hij krijgt de fles. Tot wanneer heeft hij ex-prematurenvoeding nodig?Op deze vraag is nog niet goed antwoord te geven: dat wordt onderzocht. Als er geen borstvoeding beschikbaar is wordt door de meeste kinderartsen gedurende de eerste periode nog speciale flesvoeding voor (ex-)prematuren voorgeschreven (de zg post-discharge voeding). Mogelijk hangt het ook af van de groei en de ontwikkeling van uw kindje.
Gebruikelijk bij op tijd geboren kinderen is te beginnen met een fruithapje of groentehapje als het kind tussen de 4-6 maanden oud is. Daarvoor is het wat betreft voedingswaarde en voedingssamenstelling niet nodig. Soms zie je dat kinderen er al voor zes maanden aan toe zijn om iets van een lepeltje te eten. Ook zie je dat kinderen die er erg laat mee beginnen soms wat meer moeite hebben om te leren van een lepeltje eten te leren.
Bij een prematuurtje kun je het zo rond de leeftijd van vier maanden (gecorrigeerde leeftijd, dus uitgaan van de dag dat hij geboren had moeten worden) eens kunt gaan proberen. Heel rustig aan en als u merkt dat bij uw kindje het afhappen nog niet lukt, gewoon een weekje wachten en dan nog eens proberen.
Bij ieder kind dat begint te eten van een lepeltje, (klein en van plastic, liefst zacht plastic), komt er meer uit de mond dan er in gaat. Eén hapje moet je er vijf keer inscheppen, vaak denk je dat er niks binnen komt. Dat hoort zo. Het afhappen van een lepeltje vereist een heel andere techniek dan zuigen, een kind heeft het niet een-twee-drie onder de knie.
Bij ieder kind dat begint te eten van een lepeltje, (klein en van plastic, liefst zacht plastic), komt er meer uit de mond dan er in gaat. Eén hapje moet je er vijf keer inscheppen, vaak denk je dat er niks binnen komt. Dat hoort zo. Het afhappen van een lepeltje vereist een heel andere techniek dan zuigen, een kind heeft het niet een-twee-drie onder de knie.
Dus niet dwingen om van een lepel te eten. Steeds iedere dag één hapje met dezelfde smaak proberen is genoeg. Lukt het met deze smaak om vijf hapjes te geven, probeer dan een nieuw smaakje op dezelfde manier. Vooral rustig aan doen, veel hangt af van je eigen geduld. Ouders willen graag, terwijl het kind er nog niet altijd aan toe is…
Mogelijk doelt u op de Barker-hypothese. Dat betreft vele onderzoeken die kijken naar de verbanden tussen het geboortegewicht en het risico op ziekte op oudere leeftijd. Het zijn onderzoeken die kijken naar grote groepen mensen en niet naar de risico's van een persoon. Momenteel denken we dat mensen met een lager geboortegewicht iets meer risico hebben op bepaalde aandoeningen op latere leeftijd. Dat risico zou groter worden als mensen ook te dik zijn. Snelle groei in de jeugd is een risicofactor voor dik worden later in de jeugd of als volwassene. Echter snelle groei in de eerste periode na de geboorte is bij kinderen die te vroeg geboren waren en/of te licht waren, zeker het eerste en misschien ook het tweede jaar, belangrijk voor een optimale ontwikkeling van de hersenen. Daarom krijgen kinderen ook vaak verrijkte moedermelk of speciale flesvoeding in de eerste periode (meestal maximaal tot 6 maanden na de uitgerekende datum). Na die eerste periode is het voor deze kinderen misschien wel extra van belang om niet dikker te worden maar alleen goed in verhouding te groeien. Daarom is het belangrijk al jong een goed eet en bewegingspatroon aan te leren. Sommige te vroeg geboren kinderen zullen daarmee klein of dun blijven, anderen zullen een gemiddelde lengte en/of postuur krijgen.
Peuters en kleuters
+ Is het verstandig om op school/psz/chreche/sportclub te vertellen dat ons kind te vroeg geboren is?Antwoord
Je aarzeling wat betreft het al dan niet vertellen op school, crèche en later ook bij bijvoorbeeld sportclubs is terecht. Veel ouders zijn bang dat hun kind dan meteen een stempel heeft. Maar aan de andere kant is het wel een verklaring als je kind zich anders gedraagt dan andere kinderen. Als school op de hoogte is, zullen ze misschien alerter kunnen zijn als het leren of gedrag niet verloopt zoals verwacht. Ook kan school onze website raadplegen om zich op de hoogte te stellen. Een risico is dat ze te dicht op het kind gaan zitten en het te weinig ruimte bieden om ‘gewoon’ fouten te kunnen maken. Maar dit wetende, kun je dit bewaken. Het blijft lastig. Je moet zelf een keuze maken.
Antwoord
Te vroeg geboren kinderen hebben vaker een niet optimale motorische ontwikkeling (onhandigheid, houterig, zwakke oog-hand coördinatie, matig evenwicht, e.d.). Daardoor zijn sommige dingen lastiger: springen, hinkelen, maar ook zijn kinderen soms onhandiger en stoten gauw hun beker om. Dit wordt vaak pas later in de ontwikkeling van het kind duidelijk. Het is goed als dit snel geconstateerd wordt zodat naar een speciale kinder-fysiotherapeut verwezen kan worden. Dan kan een gericht oefenprogramma samengesteld worden, afgestemd op dit specifieke kind. Het probleem is vaak niet volledig oplosbaar, maar wel geldt:’ oefening baart kunst’.
In de ontwikkeling van kinderen is een eenkennigheidperiode normaal. Normaal gesproken treedt die op rond 9 à 10 maanden. Dan begint een kind vreemde van vertrouwde gezichten te onderscheiden. Het herkent het bekende gezicht van de moeder/ouder die voor hem/haar zorgt en die tegemoet komt aan de behoeften (eten, geruststelling/troost, aandacht enz.) Vanaf 1½ jaar is de ontwikkeling zover dat het kind zijn’ ikje’ ontdekt door zich te verzetten, de zgn. (peuter-)koppigheidsfase. Mede afhankelijk van het temperament van het kind kan dit soms wel tot 3 jaar duren (zie ook de boeken van Rita Kohnstamm, Kleine Ontwikkelingspsychologie, deel I en II, Deventer: Van Loghum Slaterus, 1987).
De sociaal-emotionele ontwikkeling van een prematuur geboren kindje houdt niet altijd gelijke tred met deze mijlpalen maar als de eenkennigheidfase met 2 jaar nog steeds zo sterk is, zou het kunnen zijn dat het nog teveel de directe aanwezigheid van de moeder nodig heeft. Gegeven de moeilijke start en de bijkomende zorgen is bij prematuur geboren kinderen het risico op een over-beschermende houding (al of niet gepaard gaande met een mengeling van boosheid en schuldgevoelens) zeker denkbaar. Er kan ook een heel andere reden zijn voor de eenkennigheid in combinatie met de weerstand tegen veranderingen.
Wat te doen?
Je kunt je wenden tot een (1e lijns-)opvoedbureau om samen te zoeken hoe deze opvallende eenkennigheid verminderd kan worden. Dit dient geleidelijk en met zorg aangepakt te worden en is niet met één bepaalde tip te realiseren, het gaat om ‘zorg op maat’.
Antwoord
Een extra jaar ‘kleuteren’ kan goed zijn, maar dan moeten er wel duidelijke redenen voor zijn, bijv. onrijpheid op sociaal-emotioneel gebied (speels, nog niet aan leren toe zijn). Zijn er specifieke achterstanden of belemmeringen, dan zijn geen wonderen te verwachten van een extra jaar kleuteren en is het beter om speciale hulp met betrekking tot de zwakke punten in te schakelen, of kan speciaal onderwijs een betere oplossing zijn.
In geval van onzekerheid is een psychologisch-diagnostisch onderzoek een mogelijkheid om alle factoren die bij dit kind en zijn/haar (opvoedings-)situatie een rol spelen, te inventariseren, zodat een afgewogen beslissing genomen kan worden.Meer over dit onderwerp vind je hier binnen deze website.
Schoolkinderen
+ Ons kind is veel te vroeg geboren. Nu hij 7 jaar is merken we dat het op school niet goed gaat. Hij is zo gespannen, soms echt faalangstig. Hoe komt dat en wat is eraan te doen?Prematuur geboren kinderen zijn kwetsbaar wat betreft de leerprocessen op de schoolleeftijd. Vaak vallen de eerste levensjaren mee, het neurologisch systeem ontwikkelt zich. Op de schoolleeftijd, bij het leren, worden er meer specialistische, gedifferentieerde eisen gesteld aan de hersenfuncties en dan merk je dat het leerproces wel hapert. Dat wil zegen dat het lezen, schrijven/spellen en vaak ook het rekenen wel komt maar niet in het tempo dat ‘normaal’ is in het reguliere basisonderwijs.
Wat is dan aan te raden?
1. Het is goed dat snel te signaleren en extra ondersteuning te bieden in de vorm van Remedial Teaching, bijles. Veel oefenen en uitzoeken op welke manier het lezen en spellen te verbeteren is, is aan te raden.
2. Als je behoefte hebt aan nader inzicht in de sterke en zwakke kanten van het functioneren zodat je weet waarmee rekening te houden, is een psychologisch-diagnostisch onderzoek een mogelijkheid, bijvoorbeeld bij een School- of Onderwijsbegeleidingsdienst in de regio (in overleg met school). Deze dienst kan t.b.v. de diagnostiek ook achtergrondkennis over de specifieke leerproblemen bij het Kenniscentrum Prematuren zoeken.
3. Vooral goed oog hebben voor de relatief sterke kanten van je kind. Die kunnen worden benut om hem te helpen en te steunen in het ontwikkelen van een positief zelfbeeld zodat hij niet steeds denkt ‘ík kan toch niks/niet leren’.
4. Tevens ben je als ouders altijd heel belangrijk om te steunen in het overwinnen van de tegenslagen, te complimenteren als het hem (bijna) lukt. Ook begrip tonen bij tegenslag maar oppassen te beschermend te zijn.
Voor meer informatie kunt u hier klikken.
Voor meer informatie kunt u hier klikken.