Gedrag, school » Couveusekinderen 19 jaar

Wetenschappelijk onderzoek naar couveusekinderen op latere leeftijd

Als je te vroeg geboren bent, of bij je geboorte te klein (dysmatuur) voor de zwangerschapsduur, blijf je de gevolgen dan je hele leven meedragen? Houdt het écht nooit op? Het antwoord op die vraag houdt niet alleen ouders, maar ook wetenschappers bezig. En de uitslagen van het POPS-19-onderzoek, die voor een deel zijn uitgewerkt, werpen daar licht op.
Op 19-jarige leeftijd zijn alle nog levende jong-volwassenen uitgenodigd mee te doen aan het POPS-19-onderzoek, bijna driekwart heeft meegedaan – de meesten zijn uitgebreid onderzocht, een deel heeft alleen de vragenlijsten ingevuld.
Helaas blijkt dat er op een aantal onderzochte gebieden verschillen zijn met op tijd geborenen. Vroeggeborenen blijken gevoeliger te zijn voor diabetes. Als er sprake is van overgewicht, is dat risico groter, en als de persoon in kwestie dysmatuur was bij de geboorte is er een nog groter risico. Bij dysmaturen geldt dat ook de nieren (gemiddeld) minder goed functioneren.
De bloeddruk van te vroeg geborenen is gemiddeld hoger dan bij op tijd geborenen. En ze hebben meer luchtwegklachten en een minder goede longfunctie.
Het is mogelijk dat dit ontstaan is, doordat deze organen onvoldoende waren ontwikkeld bij de geboorte en dat de achterstand nooit meer helemaal is ingehaald.
De conclusie is dat follow-up niet alleen op de korte termijn noodzakelijk is. De kinderarts moet aan de ouders vertellen dat er ook risico's zijn voor chronische ziekten op volwassen leeftijd. Als er sprake is van dysmaturiteit moeten ouders weten dat overgewicht een extra risico is. Daarnaast moet de nierfunctie in de gaten gehouden worden. Bovendien is het goed bij alle te vroeg geborenen bijvoorbeeld eens in de twee jaar de bloeddruk te laten controleren.
Ook is het advies aan deze groep nog eens extra om overgewicht te voorkomen, te sporten en veel te bewegen en uiteraard ook om niet met roken te beginnen.
Dit alles betreft medisch onderzoek van de 'POPS-19-groep', het zegt niets over de kwaliteit van hun leven en of dat verschilt van andere 19-jarigen. Bijvoorbeeld: wijkt het percentage studerenden af van op tijd geborenen, en hoe zit het met het niveau van (eventueel) afgeronde studies? Hoeveel wonen zelfstandig? Hoeveel hebben een baan of juist niet? Hoe zit het met (vaste) relaties? En natuurlijk zijn er nog vragen als: hoe voel je je, ben je gelukkig? Voel je je gezond? Waar heb je last van? Waar heb je moeite mee?
Deze gegevens zijn in Nederland (nog) niet beschikbaar. In andere landen wel. Bijvoorbeeld een onderzoek dat begin 2006 is gepubliceerd in Canada over jong-volwassenen rond hun 23e jaar.
Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat pre- en dysmatuur geboren kinderen een kortere schoolcarrière hebben dan hun op tijd geboren vrienden (overigens: bij jongens is dat één jaar en twee maanden korter, meisjes slechts twee maanden korter dan hun vriendinnen). Wel is het gemiddelde opleidingsniveau lager, zowel bij jongens als bij meiden. Ook het niveau van de banen die deze mensen hebben, is (iets) lager dan bij hun leeftijdgenoten.
Een groter aantal ex-prematuren dan in de vergelijkingsgroep woont nog bij de ouders.
Recent Amerikaans onderzoek dat wereldwijde resultaten heeft verzameld, geeft informatie over de puberteit van de ex-prematuren. Daaruit blijkt dat de puberteit vaak minder heftig verloopt: minder riscovol gedrag, minder schoolverzuim, minder criminaliteit, minder drugs en alcohol bijvoorbeeld. Het percentage rokers maakt niet veel verschil. Ook dit onderzoek geeft een lagere schoolopleiding als uitkomst, maar grappig genoeg een vrijwel gelijk arbeidsniveau. Wel is hun fysieke gezondheidssituatie minder goed, de psychische gezondheid is vergelijkbaar met die van op tijd geborenen. Alleen angsten en depressies komen bij ex-prematuren iets meer voor. Wat vooral interessant is, te zien dat de meeste ex-premature pubers hun kwaliteit van leven een hoger cijfer geven dan de op tijd geborenen, en ook hoger uitkwamen dan hun ouders, die zich blijkbaar om dit kind meer zorgen blijven maken.

uit: Kleine Maatjes, jan 2006

Meer weten? In de bijlagen vindt u:
- een Engelstalig artikel uit de New England Journal jan.2002 door Maureen Hack en anderen 'Outcomes in young adulthood for ver-low-buerth-weight-infants'
- een Engeltalig artikel van Maureen Hack uit Seminars in Fetal and Neonatol Medicine, febr 2006: 'Young adults outcomes of very-low-birth-weight children'
- Een artikel uit de American Medical Association, door Saroj Saigal, MD, en anderen, febr 2006, ' Transition of Extremely Low-Birth-Weight Infants From Adolescence to Young Adulthood Comparison With Normal Birth-Weight Controls'
- Een Nederlandstalig artikel uit het tijdschrift van de Vereniging Kindergeneeskunde, dec 2006, door N. Weisglas-Kuperus en anderen, 'Vroeggeboorte, interaruteriene groeiachterstand en lichamelijke ziekten op de volwassen leeftijd, resultaten van 19-jaar POPS-follow up' (volgt)

specialisme:


Bijlagen

pdf saigal jama 2006.pdf
pdf hack seminars fetal neon med 2006.pdf
pdf hack nejm 2002.pdf

Thema's