Medisch » Meer prematuren overleven
Meer baby’s overleven kortere zwangerschap, maar met longproblemen
Dankzij de verbeterde zorg blijven tegenwoordig meer te vroeg geboren baby’s in leven, maar zij hebben vaker longproblemen.
Dat blijkt uit een vergelijking door het Leids Universitair Medisch Centrum van veel te vroeg geboren kinderen uit 1983 met die uit 1996 en 1997. Een artikel over dit onderzoek werd gepubliceerd in Pediatrics februari 2005.
Dankzij de verbeterde zorg blijven tegenwoordig meer te vroeg geboren baby’s in leven, maar zij hebben vaker longproblemen.
Dat blijkt uit een vergelijking door het Leids Universitair Medisch Centrum van veel te vroeg geboren kinderen uit 1983 met die uit 1996 en 1997. Een artikel over dit onderzoek werd gepubliceerd in Pediatrics februari 2005.
In het kader van het Leiden Follow-Up Project on Prematurity (LFUPP 1996/97) werden in de regio Leiden, den Haag en Delft alle heel vroeg geboren kinderen, na een zwangerschapsduur van minder dan 32 weken, onderzocht. Dat ging in totaal om 266 kinderen. Ruim tien jaar eerder, in 1983, werd ook zo’n groep kinderen gevolgd binnen het Project on Premature and Small for gestational Age Infants (de POPS-studie). Daarin werden 1338 kinderen uit heel Nederland onderzocht, waarvan 102 uit de regio den Haag, Leiden en Delft.
In 1996/97 bleven meer veel te vroeggeborenen in leven dankzij de betere technieken, maar in dat jaar werden ook in totaal meer kinderen geboren dan in 1983. Oorzaak daarvan is de toename van IVF (in 1996/97 was IVF gebruikelijk en in 1983 nog niet). Daardoor werden meer meerlingen geboren, die een extra risicofactor vormen voor vroeggeboorte.
Het vergelijkend onderzoek wijst uit dat de overlevingskansen duidelijk verbeterd zijn, m.n. van de allerkleinsten. De helft van de baby’s die geboren werden na een zwangerschap van 25 weken bleef in leven (12 kinderen), terwijl in 1983 al deze extreem vroeg geboren baby’s overleden. Bij dreigende vroeggeboorte krijgt de moeder bijnierschorshormonen toegediend, die de rijping van de longen stimuleren bij het ongeboren kind. De beademingstechnieken zijn verbeterd, en de baby krijgt nu een surfactant toegediend, een stof die vroeggeboren kinderen nog niet zelf maken en die de oppervlaktespanning in de longblaasjes verlaagt.
Ondanks al deze verbeteringen steeg het aantal kinderen met ernstige longafwijkingen van 6 naar 19%, en kwam er vaker ernstige bloedvergiftiging voor (van 16 naar 28%). De duur van de opname bleef gemiddeld even lang (67 dagen).
Als veel te vroeg geboren kinderen extra zuurstof krijgen en mechanisch beademd worden kan dat leiden tot onderontwikkeling van de longen, het belangrijkste probleem bij vroeggeborenen, waar ze ook levenslang last van houden Daarnaast hebben veel van de vroeggeborenen last van neurologische problemen. Het blijft dus beter om vroeggeboorte te voorkomen.
Aangezien meerlingenzwangerschappen een belangrijke oorzaak zijn van vroeggeboorten pleiten de voortplantingsdeskundigen ervoor om bij IVF en andere vruchtbaarheidsbevorderende technieken niet meer dan één embryo terug te plaatsen.
specialisme: 