Thuiskomst » Consultatiebureau (3)
Van Wiechenonderzoek bij prematuren
Als een arts het van Wiechenschema volgt bij prematuur geboren kinderen, en daarbij de kalenderleeftijd aanhoudt, zal hij vrijwel altijd te maken krijgen met kinderen die de kenmerken niet uitvoeren. De arts kan er ook voor kiezen om de gecorrigeerde leeftijd aan te houden. Dan worden er minder problemen gevonden. Dit voorkomt onrust bij ouders, en dat is prettig, zeker na de toch stressvolle periode direct na de geboorte Er wordt gedacht dat er tot 18 maanden altijd gecorrigeerd moet worden, daarna zou het kind ingehaald moeten hebben. Maar dat inhalen gebeurt niet in één keer, en bij deze methode kan de arts nie zien of het kind daadwerkelijk aan het inhalen is. Inmiddels staat vast dat niet ieder kind met 18 maanden ‘ingehaald’ heeft, bovendien wordt niet op alle gebieden even snel ingehaald. Bij communicatie gaat het vaak sneller dan bij de grove motoriek.
Daarom is het ook niet handig om de uitslagen twee keer in te vullen, één keer volgens de kalenderleeftijd en één keer voor de gecorrigeerde leeftijd.
Daarom is het ook niet handig om de uitslagen twee keer in te vullen, één keer volgens de kalenderleeftijd en één keer voor de gecorrigeerde leeftijd.
Wat dan wel?
De tegenwoordig gevolgde methode bij prematuren is het Van Wiechenonderzoek af te nemen vanaf de gecorrigeerde leeftijd naar de kalenderleeftijd. Dus je begint te kijken hoe het kind het doet als je de leeftijd corrigeert. Bijvoorbeeld: een kind van drie maanden, dat 8 weken te vroeg is geboren, wordt getoetst op één maand. Je ziet dan dat het kind vrijwel alles doet – net zoals 90% van de kinderen het kenmerk op de leeftijd van één maand doet. Vervolgens wordt gekeken wat een kind al kan van de kenmerken van een kind van twee maanden, en tenslotte ook nog naar drie maanden (kalenderleeftijd). Van die laatste twee zullen er zeker een aantal kenmerken negatief 'scoren', maar vaak niet allemaal.
Bij een volgende controle doe je het weer zo, van gecorrigeerd naar de kalenderleeftijd toe. Bijv bij een kalenderleeftijd van 6 maanden, toetsen op 3 maanden en 6 maanden. De kenmerken van 3 maanden moeten dan in orde zijn (want het kind was 2 maanden ter vroeg) en aan de hand van de toets van 6 maanden kijk je of er al weer wat is ingehaald. Blijft er een kenmerk dat de vorige keer al wel ingehaald was nu achter, dan moet je extra oppassen: teruggaan of stilstaan in ontwikkeling is ook zo'n alarmsymptoom.
Bij een volgende controle doe je het weer zo, van gecorrigeerd naar de kalenderleeftijd toe. Bijv bij een kalenderleeftijd van 6 maanden, toetsen op 3 maanden en 6 maanden. De kenmerken van 3 maanden moeten dan in orde zijn (want het kind was 2 maanden ter vroeg) en aan de hand van de toets van 6 maanden kijk je of er al weer wat is ingehaald. Blijft er een kenmerk dat de vorige keer al wel ingehaald was nu achter, dan moet je extra oppassen: teruggaan of stilstaan in ontwikkeling is ook zo'n alarmsymptoom.
Zo krijg je een veel beter beeld van een prematuur, dan alleen corrigeren of alleen kalenderleeftijd. Onrust zaaien is niet nodig maar onterecht gerust stellen ook niet.
Door dit consequent te doen, kun je zien of een prematuur inhaalt, hoeveel en op welke gebieden van ontwikkeling. Blijft een gebied achter dan is het duidelijk aan de ouders te laten zien. Steeds moet er op gelet worden dat als een kind iets nog niet kan op de aanbevolen leeftijd, dat geen probleem hoeft te zijn. Tenslotte kan 10% van de ‘normale’ kinderen het ook nog niet uitvoeren. Wel moet je bij prematuren extra alert zijn bij alarmsymptomen, meerdere kenmerken die op een onderzoeksleeftijd negatief uitvallen en wanneer er geen inhaalontwikkeling te zien is.
En ook is duidelijk dat sommige prematuren die een kenmerk wel uitvoeren – zoals omrollen, overpakken, los zitten - dit vaak op een iets andere, wat minder mooie wijze doen. Soms kan hulp van kinderfysiotherapeut of logopedist in een vroeg stadium verrassend veel baat geven.
Voor ouders is het belangrijk steeds te vragen welke onderzoeken artsen doen bij kinderen (dus zowel kinderarts als c.b.-arts), waarom die worden gedaan en wat de bevindingen van de arts zijn. Overleg en afstemming tussen kinderartsen en consultatiebureauartsen en ouders is heel belangrijk. Dit kan met hulp van het groeiboekje.
Goede communicatie is de beste manier om de ontwikkeling van je kind te volgen en waar mogelijk en nodig kan snel worden bijgestuurd. Dit alles om kinderen een zo goed en gelukkig mogelijk te laten opgroeien.
Lees hier over de toepassing van het van Wiechenschema in het algemeen.
specialisme: 