Thuiskomst » Nazorgbureau Dordrecht
Nazorgbureau couveusekinderen
Als een ziekenhuis veel geld en energie stopt in neonatale zorg, wil je voorkomen dat ouders en kind na ontslag in een ‘gat’ terecht komt. De zorg voor prematuur en dysmatuur geboren kinderen stopt niet bij de deur van een ziekenhuis.
Er is een poliklinisch spreekuur gestart met een kinderarts, een consultatiebureau-arts, een orthopedagoog, een kinderfysiotherapeut, een logopediste, een diëtiste en een maatschappelijk werkster gestart. Het unieke is, dat zowel vertegenwoordigers uit de eerste lijn als uit het ziekenhuis samenwerken in één poliklinisch spreekuur. Elke professional brengt zijn/haar expertise in. Dit zogeheten Nazorgbureau is een multidisciplinair spreekuur dat werkt volgens het carrousselmodel. Het Nazorgbureau wil vroegtijdige ontwikkelingsstoornissen signaleren en zonodig behandelen. Er is een speciaal informatieboekje uitgegeven voor (ouders van) patiënten. Tevens is er voor werkers in de gezondheidszorg een draaiboek opgesteld over de manier waarop het Nazorgbureau is georganiseerd.
Gedetailleerde aanpak
Het ziekenhuis heeft het initiatief genomen om met de verschillende betrokkenen om de tafel te gaan zitten: neonatologen, neonatologie-verpleegkundigen, maatschappelijk werk, logopedie, kinderfysiotherapie van het ziekenhuis, sociaal pedagogische dienst en de jeugdgezondheidszorg in de eerste lijn. De huisartsen hebben niet aan dit overleg deelgenomen, maar de ontwikkelingen wel gevolgd. Later is de Vereniging van Ouders van Couveusekinderen aan de werkgroep toegevoegd. Vanuit het overleg is een stuurgroep gevormd, en zijn diverse werkgroepen ingesteld. Na drie jaar praten was er nog niet veel voortgang bereikt. De doorbraak kwam toen er niet meer werd gediscussieerd over de beste oplossing, maar eerst het probleem in kaart werd gebracht: heeft iedereen hetzelfde probleem? Men was het met elkaar eens, dat er onvoldoende nazorg was, te weinig opvang voor de ouders, niet voldoende deskundigheid bij de hulpverleners en te weinig kennis over de ontwikkeling van deze kinderen op langere termijn. Dit inzicht heeft geleid tot het opstarten van een gezamenlijk nazorgbureau, waarin ieder zijn eigen expertise inbrengt. Ouders komen met hun kind naar dit bureau, waarbij het kind wordt onderzocht door de verschillende disciplines. Nadat er overeenstemming was bereikt over deze opzet, was de vraag: hoe vaak willen we deze kinderen zien gedurende een periode van vier jaar, om de ontwikkeling goed te kunnen volgen. Dit heeft geleid tot een procesontwerp: wie doet wat wanneer. Het heeft geresulteerd in een op maat te maken oproepschema. Het Erasmus MC is geconsulteerd over het voedingsbeleid: wanneer kan een kind het beste overstappen op welk soort voeding. Dit heeft geleid tot een bijscholingsprogramma, waarbij gedurende een jaar iedere maand een avondbijeenkomst werd gehouden. Daarmee is dit project niet alleen een initiatief van het Albert Schweitzer ziekenhuis. Ook andere organisaties zijn hierbij betrokken: RIVAS zorggroep, Stichting Opmaat, MEE, ZHZ en V.O.C.
Succes factoren
Dit was een traject van een lange adem. Het was één van de eerste transmurale samenwerkingsprojecten van het ziekenhuis. Een belangrijke succesfactor was het doorzettingsvermogen van de betrokken hulpverleners, dat voortkwam uit de behoefte om tot verbeteringen te komen.
Publicaties
Er is een draaiboek van het project (“Zorg voor prematuur en dysmatuur geboren kinderen”) verkrijgbaar bij het Albert Schweitzer ziekenhuis. De kosten hiervan bedragen €50,- per draaiboek.
Als een ziekenhuis veel geld en energie stopt in neonatale zorg, wil je voorkomen dat ouders en kind na ontslag in een ‘gat’ terecht komt. De zorg voor prematuur en dysmatuur geboren kinderen stopt niet bij de deur van een ziekenhuis.
Nadat in het Albert Schweitzer Ziekenhuis in Dordrecht vastgesteld was dat het consultatiebureau, de huisartsen en de wijkverpleging te weinig kennis hadden over prematuur en dysmatuur geboren kinderen, is er gedacht aan een oplossing voor dit probleem. Bovendien werd geconstateerd dat de zorgverlening in het ziekenhuis niet goed aansloot op de thuissituatie, en dat ook de nazorg op dit gebied niet goed was georganiseerd (continuïteit van zorg).
Carrousselmodel
Er is een poliklinisch spreekuur gestart met een kinderarts, een consultatiebureau-arts, een orthopedagoog, een kinderfysiotherapeut, een logopediste, een diëtiste en een maatschappelijk werkster gestart. Het unieke is, dat zowel vertegenwoordigers uit de eerste lijn als uit het ziekenhuis samenwerken in één poliklinisch spreekuur. Elke professional brengt zijn/haar expertise in. Dit zogeheten Nazorgbureau is een multidisciplinair spreekuur dat werkt volgens het carrousselmodel. Het Nazorgbureau wil vroegtijdige ontwikkelingsstoornissen signaleren en zonodig behandelen. Er is een speciaal informatieboekje uitgegeven voor (ouders van) patiënten. Tevens is er voor werkers in de gezondheidszorg een draaiboek opgesteld over de manier waarop het Nazorgbureau is georganiseerd.
Ouders zijn erg tevreden over de zorg. Alle zorg wordt op één plaats geboden en de adviezen van de verschillende hulpverleners zijn goed op elkaar afgestemd.
Gedetailleerde aanpak
Het ziekenhuis heeft het initiatief genomen om met de verschillende betrokkenen om de tafel te gaan zitten: neonatologen, neonatologie-verpleegkundigen, maatschappelijk werk, logopedie, kinderfysiotherapie van het ziekenhuis, sociaal pedagogische dienst en de jeugdgezondheidszorg in de eerste lijn. De huisartsen hebben niet aan dit overleg deelgenomen, maar de ontwikkelingen wel gevolgd. Later is de Vereniging van Ouders van Couveusekinderen aan de werkgroep toegevoegd. Vanuit het overleg is een stuurgroep gevormd, en zijn diverse werkgroepen ingesteld. Na drie jaar praten was er nog niet veel voortgang bereikt. De doorbraak kwam toen er niet meer werd gediscussieerd over de beste oplossing, maar eerst het probleem in kaart werd gebracht: heeft iedereen hetzelfde probleem? Men was het met elkaar eens, dat er onvoldoende nazorg was, te weinig opvang voor de ouders, niet voldoende deskundigheid bij de hulpverleners en te weinig kennis over de ontwikkeling van deze kinderen op langere termijn. Dit inzicht heeft geleid tot het opstarten van een gezamenlijk nazorgbureau, waarin ieder zijn eigen expertise inbrengt. Ouders komen met hun kind naar dit bureau, waarbij het kind wordt onderzocht door de verschillende disciplines. Nadat er overeenstemming was bereikt over deze opzet, was de vraag: hoe vaak willen we deze kinderen zien gedurende een periode van vier jaar, om de ontwikkeling goed te kunnen volgen. Dit heeft geleid tot een procesontwerp: wie doet wat wanneer. Het heeft geresulteerd in een op maat te maken oproepschema. Het Erasmus MC is geconsulteerd over het voedingsbeleid: wanneer kan een kind het beste overstappen op welk soort voeding. Dit heeft geleid tot een bijscholingsprogramma, waarbij gedurende een jaar iedere maand een avondbijeenkomst werd gehouden. Daarmee is dit project niet alleen een initiatief van het Albert Schweitzer ziekenhuis. Ook andere organisaties zijn hierbij betrokken: RIVAS zorggroep, Stichting Opmaat, MEE, ZHZ en V.O.C.
Succes factoren
Dit was een traject van een lange adem. Het was één van de eerste transmurale samenwerkingsprojecten van het ziekenhuis. Een belangrijke succesfactor was het doorzettingsvermogen van de betrokken hulpverleners, dat voortkwam uit de behoefte om tot verbeteringen te komen.
Publicaties
Er is een draaiboek van het project (“Zorg voor prematuur en dysmatuur geboren kinderen”) verkrijgbaar bij het Albert Schweitzer ziekenhuis. De kosten hiervan bedragen €50,- per draaiboek.
specialisme: 